donderdag 26 februari 2015

De personae van Phersu

Dat is toch sterk. Altijd gedacht dat het woord persona was afgeleid van het werkwoord per-sonare, doorheen-klinken. Het betekent in het Latijn masker, en ik had het onmiddellijk gekoppeld aan de idee dat het masker in de Oudheid tevens functioneerde als geluidsversterker. Ergens las ik dat het woord uit het Etruskisch afkomstig is. Persona is de verlatijnste versie van de Etruskische held Phersu, die in de onderwereld verblijft. Bij lijkenspelen kwam hij in verklede gestalte optreden. Dat schijnt een modernere visie te zijn die terrein wint. En dan is er ook nog de in mijn ogen minder waarschijnlijke afleiding uit het Grieks, waar het Latijnse per aan ζώνη (riem, gordel) wordt gekoppeld. Ook hier is de link met verkleden weer de kern.

Een en ander heeft uiteraard gevolgen voor deze blogserie, die ik zo nadrukkelijk in het teken had gesteld van het personare en het masker. En zelfs met terugwerkende kracht. Want gebruik je een woord, dan lijken daar ook de eerdere betekenissen in 'door te klinken'. Je merkt al hoezeer de veronderstelde grondbetekenissen zelf worden gebruikt om het begrip uit te leggen. Bij de uitleg wordt gesproken van 'vertegenwoordigers' van de ene of de andere opvatting, bij mij speelt de 'persoonlijke' voorkeur een rol bij de betekenis.

De Etruskische afleiding is om meerdere redenen intrigerend. Het zou uiteraard kunnen zijn dat de Latijnse term 'persona' zelf een masker is geworden die de Etruskische held aan het zicht onttrok. Maar stel dat het Latijnse theater erfgenaam is van de theatertraditie der Etrusken (waarover ik eerlijk gezegd niets weet), dan maakt ook het Latijnse masker ('persona') daarvan deel uit, en herinnert het woord persona bedoeld of onbedoeld aan Phersu. Je zou zelfs kunnen zeggen dat Phersu, naast de befaamde Griekse traditie, een aartsvader van het Europese theater is. Bij theater (en film, televisie) zitten we in feite nog steeds te kijken naar de onderwereld die bovenkomt.

Deze wat lukraak ogende associatie wordt in mijn ogen versterkt door de gedachte dat de hele portrettraditie van de Romeinen in feite van de Etrusken stamt. Grieken begonnen pas bij Alexander de Grote te hechten aan een precieze, 'persoonlijke', uitbeelding van de held. Romeinen waren daar allang mee vertrouwd via de Etruskische portretten die ze met name kenden van de sarcofagen. De portretten waren herinneringen aan de doden, maar hadden ongetwijfeld ook een religieuze betekenis, een teken dat op een of andere manier functioneerde in de communicatie tussen mens en goden, de goden van de onderwereld.

En zo moet ik mijn eigen, 'persoonlijke' teksten in deze blogserie dus opnieuw tegen het licht houden. Ze waren bedoeld als maskers, gemaskeerde verwijzingen naar mijn therapie, mijn verhouding tot mijn vader, mijn persoonlijke gevoelens die ik niet anders dan gecodeerd kon weergeven. Nu is er in zekere zin Phersu in het spel, een voor mij onbekende, maar in zekere zin ook zeer vertrouwde en zelfs intieme held uit een ver verleden. Minder dan ooit weet ik wat ik beken wanneer ik mijzelf beken, en wat ik doe wanneer ik mezelf maskeer, maar ik blijf er wel geïntrigeerd naar kijken.

Afbeeldingsresultaat voor phersu

donderdag 19 februari 2015

Klank of wat?

Ergens las ik dat het woord persona niet eens van de Romeinen zelf stamt maar van de Etrusken. Het leek me sterk, want ik dacht altijd dat persona te maken heeft met door iets heen (per) kinken (sonare). Ik kan nu gaan googelen, en dat ga ik zeker ook wel doen, maar ik heb ook geleerd om voor ik iets ga opzoeken zelf eerst een idee of verwachting te formuleren. Dat geeft richting, want uiteindelijk zijn de selectiemogelijkheden veel groter dan wat ik nodig heb.

Wat heb ik dan nodig van persona? En waarom moet de etymologie kloppen?
Is etymologie zelf niet een soort persona, in de zin dat de herkomst van woorden door de woorden zelf heenklinkt? En dat die woorden hun ware betekenissen maskeren, zodat je aangewezen bent op de etymologie om alsnog de ware betekenissen te kennen?

Een klank, zo neem ik aan, is moeilijk te scheiden van zijn echo. Het kan zelfs zijn dat die klank zelf echo is. Er is dus altijd hoe dan ook een aspect van personare, van persona, persona in de zin van doorklinken.

Niets meer of minder dan Europa staat op het spel. Europa, een bonte verzameling die wacht totdat iets doorklinkt, een ene stem of iets dergelijks. Stellen we vast dat het de Etrusken zijn, zij alvast maar wellicht ook andere quasi-oervolkeren van Europa. Zo wordt gezegd dat de Macedoniërs zich verbonden met de Grieken, waardoor de Grieken ineens Europeaan werden. Maar dus ook die Etrusken.

Het lijkt erop dat we ineens niet meer weten wat er doorklinkt. We weten niet meer wie we zijn. Het is niet alleen iets van de Oudheid. Het is ook iets persoonlijks. Het persoonlijke is politiek. Wat zeg ik? Het politieke wordt meegesleept in de val van de persona. Europa, niet meer dan een masker van die onbekende, verdrongen Etrusken. Een 'masker'.

Afbeeldingsresultaat voor etrusken

zondag 1 februari 2015

Het gewicht van afscheid

Wat heerlijk om de zaak af te sluiten en de lege ruimte in te stappen!
Na zoveel jaren afscheid is de opluchting verminderd. Ik doe de deur achter me dicht en kom meteen weer de vrouw tegen van wie ik zojuist nog afscheid had genomen.

Een andere vrouw zei: je hechting is geslaagd, toen ik haar meldde dat haar stem mij zou blijven vergezellen zoals de instructeur nog denkbeeldig op de achterbank zit.

Zo zou een afscheid zonder gewicht kunnen voelen.
Maar heb je dan het gewicht van het afscheid wel gevoeld?

Daarvoor moet je dan toch weer naar je angst en strijd. Dat zegt precies die stem die daarmee dus laat horen dat je geen afscheid had genomen.

Wat je dan voelt is verdriet. Een gewichtloos verdriet omdat je het verdriet van afscheid niet genoeg had gevoeld. Een verdriet om het zonder verdriet zijn.

Russen zeiden vroeger 'vergeef me!' als ze op reis gingen. De uitdrukking is versleten en inmiddels beter vertaalbaar als 'vaarwel'.

Zo houdt ook het gewicht van afscheid zich schuil achter de dichtgevallen deur.



woensdag 21 januari 2015

Zeven wat overblijft

Het zijn zeven series, zeven zegels.
Zou dat het zijn, de voldoening?
Zeven doorzeefd, de rest de rest
laten.

Vandaag weer werd Camilla
overgeschoten ontvangen
door haar draagvader en gewijd aan
Diana.

Ook las ik verzamelend
dat lichte momenten
ritueel wordende zwaarte
verkrijgen.

Aldus nam ik mijn zware
boeken in ontvangst
van ook maar weer een
vader.



donderdag 4 december 2014

Drangpsalm

Ik drink in

de aanloop
naar dat rooster
uurtje.

O god, het zijn je
ogen blauw van
wijs en waas.

Wie je bent
is het belang
van bang.

Wat telt is
taal en wam.

Wissel me gauw.



zondag 15 december 2013

Klaagpsalm

Luister.
Je plant je hardlooprondje als een driehoek.
De tweede hoek is zeer scherp.
Zo ontstaat een heenweg en een terugweg.
De heenweg is langer dan de terugweg.
Na 4 km te hebben afgelegd heb ik nog 2,5 km te gaan.
Niets ligt meer voor de hand dan worstelen tegen de wind
en bevrijd weer teruglopen, nee teruggeblazen worden.
De terugweg echter strekt zich te ver uit.

Kennelijk heb ik al bij het keerpunt het gevoel
de taak te hebben volbracht.
Elke meter verder voelt
als geheel tegen alle afspraken.

Tussen mijn klachten
weet ik me gedragen door
adem en doffe roffel.
Ik zal genieten.







vrijdag 13 december 2013

Verwend

Hoe trots was ik toen ik over dat muurtje liep. Het is mijn zoon, dacht ik dat hij dacht. Nee, ik stelde het me voor. Wat deed het ertoe? Stelde ik me voor dat hij keek, dat hij zag en voelde?

Inmiddels heb ik het lopen over muurtjes afgewend. Het schrijven is nog een ruïneus restant, een toewending tot dat moment waarin ik me in de afwending nog kon afwenden van de afwending.

De verwendingen - zo stel ik me voor - trekken een spoor. Ik sta weer op mijn plaats en hoor nu zijn bewondering. Het is me te weinig en te veel. Wat ik was had niet nodig hoeven zijn.

Ik ben verwend geraakt. Daarom moet ik onder en boven de radar vliegen. Gun me de tijd om te sporen in mijn vrije val.