maandag 31 juli 2023

Lijn naar Den Haag

Na de meeste andere mensen kregen we een telefoon. Mijn vader had die nodig voor zijn werk. Limburg moest worden voorbereid op de tijd na de mijnsluiting. Den Haag kwam in de persona van Den Uyl naar Heerlen om de sluiting aan te kondigen. Den Haag deed op zijn manier zijn best om ons erbovenop te helpen. Geen wonder dus dat de lijntjes met Den Haag kort gehouden moesten worden.

Piet - de Ritselaar - van Zeil moest vanaf 1986 Heerlen besturen, toen het al wegzakte in heroïne en fietsendiefstal en de verzakkingen ook in het wegdek verschenen. Bij het afscheid van mijn vader een paar jaar later hield Van Zeil een toespraak op Schrieversheide, het bezoekerscentrum bij de Brunssummerheide waar de bescheiden receptie plaatsvond.

In die tijd liep ik als theologiestudent stage bij vredesbeweging Pax Christi, in Den Haag. Je zou dus van een chiasme kunnen spreken, de stijlfiguur waar a-b gevolgd wordt door b-a, waarbij Den Haag en Heerlen met elkaar corresponderen. Realiseer je bovendien dat we hier in de blogserie Personae zitten, en dan hebben we ineens te maken met personificatie. Heerlen vertegenwoordigd door mijn vader en mij, Den Haag door de politici en activisten.

De telefoon hing in de gang aan de muur. We waren thuis met zijn zevenen en er moest weleens iemand door de gang. Mijn vader liep dan de huiskamer in, luid pratend, en zelfs crescendo als hij Den Haag aan de lijn had. Met zijn stem kon hij het hele huis vullen. Den Haag had er weer niets van begrepen en moest onder druk worden gezet.

Voor ons was het of Den Haag voltallig op bezoek kwam. Daar in Den Haag praatten de mensen ook steeds harder, wat we zagen op tv, al konden we die niet meer horen vanwege mijn vader. We zagen het gewoon aan de gebaren.

Op mijn manier vertegenwoordigde ik Heerlen in Den Haag. Dromerig staren in de tram richting Celebesstraat, overwegend of ik niet beter naar Scheveningen kon doorrijden omdat toch niemand mij miste. Voorzitter Jan ter Laak bekommerde zich soms om mij. Ik moest nog leren dat niemand jou vertegenwoordigt. Je moet echt jezelf binnenvechten.

Ook achteraf gezien waren de gesprekken met mijn stagebegeleider Cor Arends van grote betekenis. Hij kwam uit armoede en uit Groningen, en was ook niet zo'n binnenvechter. Hij leeft nog en laatst hebben we - veertig jaar na dato - samen gewandeld. Ik voelde me door hem begrepen als wie ik was.

Maar er is dus ook die lijn met Den Haag. Ik ben nu toch maar Alkibiades gaan lezen, de roman van de Schrijver uit Rijswijk, die de lessen van Socrates wil vertalen naar de politieke ambities van zijn begaafde leerling. Zijn filosofie en politiek te combineren in één persoon? In mijn filosofische blogs over Agamben neigde ik ertoe hem te volgen in zijn kritiek op dat model. Misschien is Alkibiades een slechte leerling van Socrates, dat is althans wat Pfeijffer Alkibiades zelf laat zeggen. Eens kijken hoe dat verder gaat, ik ben nu pas op p.300.

Ik wil allerminst suggereren dat ik de filosoof ben en dat in Den Haag geen filosofie mogelijk is. Interessanter is misschien een overdenking van Den Haag in mij, ik als persona van Den Haag.

Feit is dat ik me nooit heb binnengevochten. Deze blogs zijn mijn favoriete manier om me te uiten. Daarbij hoort dat ik ze plaats op facebook, dus hoe dan ook op de social media. Dat is bij uitstek het medium waar tegenwoordig hard wordt geschreeuwd. De social media heersen in Den Haag. Ik zekere zin heb ik gewonnen, ik neem op mijn manier deel aan het triomfkoor en deze blogs kun je - in termen van Pfeiffer - beluisteren als zegezangen van de dichter Pindaros.

Mijn vader veranderde gedurende zijn leven van een vrome man in een deelnemer aan het politieke koor. In de jaren zestig was hij in de kerk collectant en mocht hij naast mij in de voorste kerkbank zitten. Ik wreef soms over het plaatje dat vastgeschroefd zat in het hout voor ons met dat woord collectant. De verandering tekende zich al af bij het credo. We gingen staan en mijn vader zong de derde credo hard en vals mee.

Steeds meer schoof mijn vader op van de kerk naar de politiek, en zat een paar jaar voor zijn dood naast Jan de Wit bij de jaarvergadering van de SP. Jan de Wit, voorzitter van de parlementaire enquête en mede-initiatiefnemer van het Maankwartier in Heerlen. Hij zag dat als een trein waar je op moest springen, anders miste je hem.

Van de toespraak van Piet van Zeil in 1989 herinner ik me niet veel. Wel de sfeer en de toon. Mijn vader vond hij bijzonder omdat hij met zijn mulo-opleiding toch zo'n nadrukkelijke rol speelde in het overleg met de wethouders en burgemeester. Hij was integer en betrouwbaar. Een ware zegezang dus.

Ik voel me op die trein zitten. We zitten allemaal op die trein. Ben ik 'remmer in vaste dienst', zoals het heet? Of kijk ik gewoon weer dromerig uit het raam naar de landschappen die voorbij glijden? Feit is dat ik niet meer op een trein hoef te springen en me er ook niet zoals Tom Cruise in hoef binnen te vechten.

Mijn vader moet dit hebben geweten. Hij was zelf zoon van een spoorwegmedewerker en kon gratis reizen. Hij wist wat het was om lekker in die trein te hangen. Niet altijd lekker, aan het eind van de oorlog werd hij zelfs beschoten door vliegtuigen. Maar hij overleefde het en las graag boeken over die oorlog. Net als ik nu dus Alkibiades, over de Atheners tegen de Spartanen.