zondag 18 oktober 2026

Akelig en hoopvol - Geert Mak over onze democratie

Democratie of autocratie, that's the question. Bij autocratie denken we aan een persoon met uitstraling die de mensen kan mobiliseren. Bij democratie denken we aan instituties waarop mensen kunnen terugvallen wanneer ze handelen als burgers. Zo is er een nauwe samenhang tussen rechtsstaat en democratie. Maar onze dreigende tijden dwingen tot herziening van de prioriteiten. We denken terug aan eerdere crises. Op het gevaar af van anachronie proberen we iets te leren van de aanloop tot de wereldoorlogen, de Eerste en de Tweede, met name om uit te zoeken hoe we onze Europese democratie nog kunnen redden.

Hoogdravende woorden, en alleen al daarom hebben we behoefte aan personen, mensen met uitstraling, een warme, geruststellende stem die tegelijk ook de moed hebben om de waarheid te spreken. Maar er zijn meer redenen om aan personen te denken. Lezend in Slaapwandelaars van historicus Christopher Clark, dat ik van mijn broer kreeg, die ook aan de vertaling meewerkte, kwam ik uit bij personen in de zin van portretten (hier mijn blog). Een persoon of persona kunnen we opvatten als portret als we de tijd even willen stilzetten om beter te kijken. We kunnen dan het detective-perspectief (wie is de dader) omzetten in dat van de tragedie, iedereen en niemand is schuldig, alle portretten lijken op elkaar.

Nog een moment waarop ik mijn personen-perspectief ontdekte was er bij het lezen van het boek van Patrick Dassen over de Weimarrepubliek (hier mijn blog). Geïnspireerd door Max Weber focust Dassen op de potenties van de democratie in de jaren dat die het meest bedreigd werd, met name op Gustav Stresemann. Hij loodste Duitsland uit de bezetting van het Ruhrgebied met een overtuigende redevoering en liet zien hoe je het land weer kon opbouwen. Helaas waren de tegenkrachten uiteindelijk te sterk, maar je moet ook een beetje geloven in contingentie, dat dingen anders hadden kunnen lopen.

Vannacht luisterde ik op de radio terug naar Geert Mak, en het leek of al mijn invalshoeken over persona bij hem samenkwamen. Zijn vertrouwenwekkende stem natuurlijk, maar ook zijn enorme interesse in personen, met name hun biografie, waardoor de tijd zich verdicht tot portretten. En als Mak spreekt over Roosevelt past hij helemaal bij het geloof van Weber en Dassen, de leider met charisma die de democratie tegen de klippen op kan redden, en in het geval van Roosevelt ook nog met succes.

In hoeverre ligt in deze ontmoeting van drie perspectieven een kans om iets nieuws te ontdekken over ons thema in deze blogserie, de persona? En als we dan toch bezig zijn, ook nog over mijn vader, denkend aan de bekende titel van Mak, De eeuw van mijn vader? De vader van Mak was dominee, zegt hij, een man die naar buiten toe bedacht was op zijn waardigheid en waarden, en binnenshuis een bijna anarchistische losheid koesterde. Beide sferen lijken me belangrijk voor de democratie. Je moet strepen kunnen trekken, optreden tegen het kwaad, het goede voorbeeld geven, maar ook anderen het gevoel geven dat ze ertoe doen, dat ze zich vrij voelen en helemaal los kunnen gaan af en toe. Mijn vader had dit ook wel een beetje, in gematigde vorm, een minder representatieve functie, als ambtenaar bij de mijn en de Stichting Samenlevingsopbouw, en een minder uitgelaten sfeer, maar wel die vrijheid.

Misschien zegt die titel, 'De eeuw van mijn vader', iets waar ik tot nu toe overheen heb gelezen, en wat nu oplicht door die drie perspectieven met elkaar te verbinden. De eeuw van mijn vader, dat is de twintigste eeuw, van de grote desastreuze ideologieën, die in de ogen van Mak uitliep op de sociaaldemocratie die ons van die ideologieën kan redden. Toch noemt hij het niet zijn eeuw, maar de eeuw van zijn vader. Hij suggereert daarmee dat we zijn wie we zijn door onze vader te overdenken, de vader die zich verdicht tot een eeuw, het portret van die eeuw, die eeuw gezien via die portretten, die we tot spreken kunnen brengen dankzij onze vader. Persona.

Ik heb van Mak lang niet alle boeken gelezen, eigenlijk vooral Reizen zonder John (hier mijn blog). De VS bevat duidelijk de sleutel tot de politieke visie van Mak. Je moet reizen zonder John Steinbeck, maar wel net als Steinbeck, praten met de mensen die je tegenkomt, over hun herinneringen, zodat ze zich verdichten tot portretten, en zodat je zicht krijgt op hun teleurstellingen, en begrip krijgt voor hun verkeerde keuzes, en zodoende ook de waanzinnige autocratie beter begrijpt. Steinbeck en Roosevelt zijn morele voorbeelden voor Mak, vaderfiguren die anderen het gevoel konden geven dat ze ertoe deden. Dat deed Mussolini ook, ook Mussolini was een voorbeeld voor de Amerikanen in de jaren dertig. Het is ook niet alleen de vader, het is de vader verdicht tot die eeuw, de eeuw van zijn vader. Iedereen had het vermogen om het voorbeeld van die vaders te volgen, niet alleen de kwade (Mussolini), ook de goede (Roosevelt).

De wisselwachter van Mak heb ik nog niet gelezen. Wel al de titel. De titel vertelt me dat we Roosevelt kunnen zien, via de ogen van Mak, als een wisselwachter, hij transformeert de fascinatie voor de charismatische Mussolini in de charismatische vaderfiguur van de New Deal, met zijn voorzieningen voor het volk waardoor ze vertrouwen kregen in hun toekomst, als vader voor hun kinderen, het vertrouwen dat hun kinderen het beter zouden krijgen dan zijzelf. De democratie wordt zodoende een variant van het fascisme, een goede, vriendelijke transformatie van het fascisme.

Dit is een akelige gedachte, dat er maar zo'n minieme verschuiving ligt tussen de autocratie en de democratie. Hoe afhankelijk we zijn van de wisselwachter. Zeker, ook een bron van hoop. Hoe erg de autocratie ook is, er kan altijd een vaderfiguur opduiken die de wissel omzet en het sluimerend democratisch burgerschap activeert. En die vaderfiguur kan opduiken 's nachts, als je de slaap niet kunt vatten en een geruststellende stem wil horen, je op je geMak voelt. Of paus Leo, of vader Leo.